Je bent hier:
Home > Autisme > Kenmerken van autisme

Hieronder vind je uitleg over enkele veelvoorkomende kenmerken van autismespectrumstoornissen. Houd er wel rekening mee dat iedere autist anders is en de ene persoon dus meer of minder last kan hebben van een bepaald kenmerk dan de andere. Deze uitleg is ook vooral bebaseerd op mijn eigen ervaring, dus niet iedereen hoeft dezelfde dingen mee te maken.

Inhoud

Sociale situaties

Veel mensen met autisme ervaren problemen in de sociale interactie. Vaak weten ze niet hoe ze zich in een bepaalde situatie moeten gedragen, en komen daardoor sociaal onhandig over. Ikzelf moet bijvoorbeeld me bewust zijn van de geldende sociale regels, terwijl veel niet-autisten deze aanvoelen. Ik loop al enige jaren op deze wereld, dus heb in de loop van de tijd een soort encyclopedie in mijn hoofd ontwikkeld van sociale situaties en hoe ik me in deze situaties moet gedragen. Hierin staat bijvoorbeeld dat je iemand moet bedanken als die je geholpen heeft.

Een probleem met sociale situaties is wel, dat ze allemaal verschillend zijn. Het is daardoor soms moeilijk om de regels van sociale interactie te begrijpen. Toen ik nog bij mijn ouders woonde, vond ik het bijvoorbeeld erg moeilijk om te begrijpen waarom ik de ene keer wel aan mijn moeder om hulp mocht vragen, terwijl ze de volgende keer boos werd en zei dat ik "altijd" iemand nodig heb. Ik kan dan een regel maken op basis van één situatie, maar die regel is meestal net weer anders in een andere situatie. Dan is een algemenere regel beter, maar het probleem is dat ik die dan weer niet begrijp. Op het trainingshuis waar ik heb gewoond, vond mijn begeleider bijvoorbeeld dat ik niet zo ongenuanceerd moest zijn, maar ik begreep niet hoe ik dat moest toepassen in verschillende sociale situaties. De kunst is dus om sociale regels te bedenken die zo concreet zijn dat ik ze nog begrijp, maar zo algemeen dat ik ze vaker dan één of twee keer kan toepassen. Ik heb hierbij gemerkt dat voor mij een techniek die lijkt op Carol Gray's "social stories" soms werkt.

Behoefte aan structuur

Veel autistische mensen hebben behoefe aan een duidelijke structuur in hun dagelijks leven. Ik merk dat dit vooral belangrijk werd toen ik niet meer bij mijn ouders woonde en in een trainingshuis en later op mezelf ging wonen. Ik denk dat dit komt omdat ik bij mijn ouders toch al een redelijke structuur had, en niet zo veel zaken zelf hoefde te regelen. Sinds ik niet meer bij mijn ouders woonde, moest ik echter veel meer mijn dagelijks leven structureren. Ik deed dit door middel van een weekschema, waarin ik soms zelfs van uur tot uur moest aangeven wat ik ging doen. Ik gebruik op de psychiatrische afdeling waar ik nu verblijf weer een weekschema, maar dit is minder uitgebreid.

Moeite met veranderingen

Autisten hebben soms moeite met veranderingen, bijvoorbeeld als ze een nieuwe tv kopen of als er onverwacht bezoek komt. Ik heb zelf weinig moeite met veranderingen in bijvoorbeeld mijn omgeving - bij mijn ouders werd regelmatig verbouwd en daar had ik geen moeite mee -, en had als kind ook weinig moeite met bijvoorbeeld wisselen van scholen. Wat ik wel ervaar, is dat als ik eenmaal iets in mijn planning heb, ik daar moeilijk van kan afwijken als het niet van tevoren is aangekondigd. Ik had het bijvoorbeeld een keer dat ik ineens op een ander tijdstip moest koken, terwijl ik toen eigenlijk al zou studeren. Ik ben toen behoorlijk overstuur geraakt, omdat mijn planning dus in de war liep. Natuurlijk had ik ook kunnen studeren als ik eigenlijk zou gaan koken, maar dat kon ik op dat moment niet bedenken.

Speciale interesses ("fieps")

Sommige autisten hebben één of meerdere speciale interesses, waar ze heel veel tijd in steken en soms eindeloos over praten. In het Nederlands noemen veel autisten dit "fiepen". Fieps kunnen zeer uiteenlopend zijn. De meest bekende zijn bijvoorbeeld treinen, astronomie, computerspellen en kalenders, maar in feite kan elk onderwerp een fiep zijn. Iemand die treinspotten als hobby heeft, heeft dus niet per se een fiep, en iemand die constant over Hongaarse geschiedenis praat en hier al zijn tijd in steekt, kan best een fiep met dit onderwerp hebben. Het kan ook zo zijn dat iemand weliswaar niet extreem veel tijd aan een interesse besteedt, maar in een abnormaal klein gedeelte van een onderwerp is geïnteresseerd.

Ik heb zelf niet echt duidelijke fieps, maar kan wel vaak lang met één onderwerp bezig zijn als het me eenmaal interesseert. Dan steek ik er een periode al mijn tijd in, tot het me weer verveelt, en dan stap ik over op een ander onderwerp. Ik ben ook vaak maar in een bepaald onderdeel van een interessegebied geïnteresseerd.

Andere zintuigelijke waarneming

Veel autisten zijn overgevoelig voor bijvoorbeeld licht en geluid. Ik had hier zelf nooit zoveel last van bij normale geluiden, maar heb wel altijd slecht tegen onverwachte, harde geluiden gekund. Als ik bijvoorbeeld in het verkeer loop en er komt opeens een brommer langs, raak ik helemaal van mijn à propos. Als ik gestressed ben, kan ik echter ook slecht tegen geluiden die andere mensen niet bijzonder hard vinden. Hier heb ik sinds een aantal maanden meer last van, waardoor ik soms me al kan ergeren aan een geluid dat iemand anders bijna niet hoort.

Een ander probleem is het niet goed kunnen filteren van achtergrondgeluiden. In de buurt waar ik zelfstandig heb gewoond is bijvoorbeeld een druk kruispunt, waar een stoplicht met rateltikker is geïnstalleerd zodat een blinde kan horen wanneer het licht groen is. Ik vond het op dit kruispunt moeilijk om me op het stoplicht te concentreren, omdat ik afgeleid werd door het verkeer. Dat kan ik dan niet wegfilteren, zonder ook het geluid van het stoplicht weg te filteren.

Overprikkeling

Overprikkeling is als er te veel prikkels op je af komen, die je niet meer kunt verwerken. Het kan dan gaan om licht of geluid of geuren, maar ook om bijvoorbeeld sociale interactie. Er zijn ruwweg twee manieren - met tussenvormen - waarop iemand kan reageren op overprikkeling. Sommige mensen hebben een "shutdown", waardoor ze bijvoorbeeld niet meer kunnen praten en prikkels minder of niet meer binnenkomen. Anderen hebben een "meltdown" als ze overprikkeld zijn, waarbij ze bijvoorbeeld gaan huilen of schreeuwen. Ik heb het allebei, afhankelijk van de situatie. Als ik een shutdown heb, kan ik niet meer of niet meer goed communiceren en komt wat een ander zegt soms minder binnen. Als ik overstuur raak, kan ik gaan schreeuwen of huilen of met deuren slaan. Dit overstuur raken was de reden dat ik in 2006 hulp ben gaan zoeken bij GGnet.

Stereotiepe bewegingen

Soms maken autisten vreemde, herhalende bewegingen, bijvoorbeeld fladderen met de armen of wiegen met het lichaam. Dit kan zijn om zichzelf zintuigelijk te prikkelen, maar kan ook een uiting zijn van blijdschap, opwinding of stress. Ikzelf heb de ene na de andere "tic". Op het moment zijn mijn belangrijkste het frunniken aan mijn haar en in mijn handen wrijven.

Agressie en automutilatie

Sommige autisten vertonen agressief of automutilerend (zelfbeschadigend) gedrag. Dit zijn volgens de literatuur vooral autisten met een verstandelijke handicap, maar ik heb het zelf ook af en toe. De reden voor dit gedrag kan uiteenlopend zijn: te weinig of te veel zintuigelijke prikkels, pijn, een manier om kenbaar te maken dat men iets niet wil, en dergelijke. Bij sommige autisten die ook epilepsie hebben, kan dit gedrag een gevolg zijn van een aanval. Bij sommige mensen is het ook een vorm van stereotiep gedrag.