Je bent hier:
Home > Visuele handicap > Het brailleschrift
Het brailleschrift is in 1825 uitgevonden door Louis Braille. Braille was zelf als peuter blind geworden en kreeg op het moment van zijn uitvinding onderwijs op het Koninklijk Instituut voor Jonge Blinden in Parijs. Hier kwam hij in aanraking met een schrift dat was ontwikkeld door een soldaat van Napoleon, die het had bedoeld als nachtschrift, zodat de soldaten zonder geluid te maken konden communiceren. Dit schrift bestond uit combinaties van één tot twaalf puntjes. Braille vond dit echter te ingewikkeld - hoewel het nog altijd beter was dan de hiervoor gebruikte reliëfschriften -, en besloot het te vereenvoudigen: hij verlaagde het aantal punten van twaalf naar zes, zodat in totaal 63 tekens kunnen worden gemaakt. In 1829 gaf Braille een handleiding voor zijn schrift uit, die in 1837 herzien werd.
Het brailleschrift werd in Franrkijk rond 1850 algemeen ingevoerd om gebruikt te worden door blinden. Andere landen volgden in de 1870s. Alleen in de VS duurde het nog tot 1917 voordat het schrift officieel werd erkend.
Een brailleteken kan bestaan uit de combinatie van één tot zes puntjes, die in een rechthoekje staan: links staan drie puntjes onder elkaar en rechts ook. De puntjes zijn genummerd: de puntjes links heten, van boven naar onder, puntje 1, 2 en 3, en de puntjes in de rechterkolom zijn 4, 5 en 6. Er zit logica in de compositie van het alfabet: voor de letters a t'm j worden alleen de puntjes 1, 2, 4 en 5 gebruikt (dus de bovenste twee puntjes aan elke kant), de letters k t/m t zijn hetzelfde, alleen puntje 3 is toegevoegd (dus de c is puntje 1 en 4, en de m is 1, 3 en 4). De letters u t/m z maken weer gebruik van dezelfde puntjes, maar puntje 3 en 6 zijn nu beide toegevoegd. De enige uitzondering vormt de letter w, die in het Frans nauwelijks voorkomt.
Net als met het zwartdruk alfabet gebruiken verschillende talen, die allemaal het Latijnse alfabet gebruiken, ook dezelfde brailletekens. Andere alfabetten gebruiken waarschijnlijk andere puntencombinaties; ik weet het niet zeker, omdat ik wel Grieks heb gevolgd, maar niet weet of de tekens die mijn screenreader gebruikte, ook dezelfde zijn die Grieken gebruiken. Wel zijn er aparte tekens voor bijzondere symbolen, zoals de accenten en trema's.
Braille neemt, als je alle letters en tekens voluit schrijft, veel meer ruimte in dan zwartdruk. Daarom wordt in veel talen gewerkt met een verkorte versie van het brailleschrift, waarbij veelvoorkomende lettercombinaties of woorden hun eigen teken krijgen. In het Nederlands is er bijvoorbeeld één teken voor de sch-klank. Er zijn verschillende "graden" van kortschrift, die in verschillende talen vaker of minder vaak worden gebruikt: In het Nederlands wordt bijvoorbeeld nauwelijks gebruik gemaakt van kortschrift, terwijl in het Engels de meeste teksten in graad twee kortschrift geschreven zijn. Kortschrift moet men dus wel per taal apart leren.
Op brailleleesregels die op de computer kunnen worden aangesloten, zitten vaak acht puntjes. De puntjes zeven en acht worden gebruikt voor bijvoorbeeld hoofletters en cijfers (waar in het geschreven braille aparte tekens voor zijn) en kunnen ook aangeven of tekst bijvoorbeeld vetgedrukt is. Met veel screenreaders kun je echter instellen of je gebruik wilt maken van 6-punts of 8-punts braille, en je kunt soms zelfs een "grade two" vertaler inschakelen.