Je bent hier:
Home > Visuele handicap > Algemene informatie over blindheid

Blindheid, wat is dat?

Het begrip "blind" in letterlijke zin verwijst naar personen die helemaal niets zien. Zij kunnen zich niet oriënteren op visuele herkenningspunten, zoals licht, kleuren enz. en moeten hier alternatieve technieken voor gebruiken. Je denkt misschien dat mensen die helemaal blind zijn, alleen maar zwart voor hun ogen zien. Ik heb er zelf geen ervaring mee, maar ik hoor van mensen die helemaal niets zien, dat ze ook geen zwart of wit of wat dan ook zien - alles is kleurloos, ze zien dus letterlijk niets. Ik heb ooit de vergelijking gezien met het leven in een wereld die onzichtbaar is. Ik kan me er zelf ook weinig bij voorstellen, want als je bijvoorbeeld door een glazen ruit kijkt, zie je wat daarachter zit, en als dat ook doorzichtig is, zie je wat daar achter zit en ga zo maar door.

Mensen die hun hele leven helemaal blind zijn geweest, kunnen zich dan ook geen concrete, visuele beelden vormen bij zaken als kleuren. Ik krijg wel eens de vraag van mensen die helemaal blind zijn, wat rood nou precies is. Ik kan wel proberen te bescrhijven wat voor gevoel ik ermee associeer, wat voor dingen vaak rood zijn enz., maar daardoor weet die persoon nog niet hoe rood eruit ziet. Toch vinden veel mensen die nooit kleuren hebben kunnen zien, het wel belangrijk iets over kleuren te weten, omdat veel zaken in termen van kleuren worden beschreven. Ik kan bijvoorbeeld nu niet meer zien wat voor kleur mijn spullen zijn, maar ik moet het wel weten.

Zijn alle blinden helemaal blind?

Veel mensen die nog een klein beetje kunnen zien, voelen zich toch prettig als "blinden". Dit voorkomt bijvoorbeeld dat mensen onterecht veronderstellen dat ze iets kunnen zien, wat ze niet kunnen. Als het me expliciet gevraagd wordt, leg ik wel uit wat ik nog zie, maar in eerste instantie vind ik mezelf altijd "blind". Waar de grens ligt tussen deze zogenaamde "maatschappelijk blinden" en de (zeer) slechtzienden, is niet zo duidelijk. Sommige mensen vinden iedereen die braille leest blind, terwijl anderen iemand pas blind vinden als hij alleen maar licht en donker kan zien.

Wat zie je precies?

Mensen die nog iets kunnen zien, zien vaak heel verschillend. Sommigen kunnen alleen nog zien of het licht of donker is, of waar het licht vandaan komt. Anderen zien nog bepaalde vormen of objecten. Ik kan bijvoorbeeld wel zien dat er iets of iemand in de weg staat, maar zie dan niet of het bijvoorbeeld een mens of een hoge kamerplant is. Sommige mensen zien alleen wat recht voor ze is, terwijl anderen juist dit niet zien en langs iets moeten kijken om het goed te zien. Mensen zien soms alleen dingen die dichtbij zijn, of ze zien wazig.

Het is vaak moeilijk om als slechtziende uit te leggen wat je nou precies ziet. Ik weet bijvoorbeeld niet wat mijn ouders of zus zien, omdat ik nooit goed heb kunnen zien. Andersom is het ook moeilijk om als goedziende te weten wat een slechtziende persoon wel of niet kan zien. Vaak worden hele vage termen gebruikt, zoals "Ik zie vijf procent." Dit getal slaat vaak op iemands gezichtsscherpte, oftewel de afstand waarop iemand iets scherp ziet vergeleken met een goedziende. Dit wordt gemeten met de letterkaart. In eerste instantie staat de persoon zes meter van de kaart vandaan. Een normaalziend mens heeft een gezichtsscherpte van 6/6 (20/20 in niet-metrische termen). Iemand die alleen de bovenste letter kan lezen, heeft een gezichtsscherpte van 6/60, 0,1 of 10%. Als de persoon de letterkaart niet kan lezen vanaf zes meter, kan een kortere afstand gebruikt worden, doordat ofwel de persoon naar de kaart toe loopt ofwel de arts/optometrist de kaart dichterbij haalt. De arts/optometrist kan ook onderzoeken of iemand vingers kan tellen, wat ongeveer overeen komt met het lezen van de bovenste letter. Iemand die op één meter vingers kan tellen, ziet dus 1/60. Als dit ook niet gaat, kan de arts/optometrist zijn hand opsteken om te merken of de patiënt het ziet. Iemand die op één meter een opgestoken hand kan zien, heeft een gezichtsscherpte van ongeveer 1/300.

Daarnaast is er het gezichtsveld. Een normaal gezichtsveld is 180 graden, wat betekent dat iemand ongeveer 180 graden kan zien als hij recht vooruit kijkt. Het gezichtsveld wordt gemeten doordat de persoon zijn blik fixeert op een bepaald punt en vervolgens moet aangeven wanneer hij een bewegend lichtpuntje kan zien. Hierdoor kan niet alleen worden vastgesteld hoe groot iemands gezichtsveld is, maar ook waar de persoon uitval heeft, dus bijvoorbeeld in het centrale deel (recht vooruit) of juist in de periferie (aan de zijkanten van het gezichtsveld).

Wat iemand kan zien, hangt verder ook vaak van de omstandigheden af. Sommige mensen hebben veel licht nodig om optimaal te kunnen zien, anderen juist weinig. En voor sommige mensen varieert hun gezichtsvermogen van dag tot dag of zelfs van uur tot uur.

Oorzaken van visuele beperkingen

Een visuele handicap kan aangeboren zijn of op latere leeftijd ontstaan. In de medische wereld wordt met "aangeboren visuele beperking" een visuele beperking die voor het vijfde levensjaar ontstaat bedoeld, al ben ik het zelf niet helemaal met die definitie eens. Op welke leeftijd iemand blind of slechtziend geworden is, beïnvloedt natuurlijk allerlei zaken die met het omgaan met de handicap te maken hebben, zoals het aanleren van alternatieve technieken.

Verder zijn er vele ziekten en aandoeningen die voor blindheid of slechtziendheid kunnen zorgen. Deze "werken" allemaal op een andere manier. Sommige oogaandoeningen zijn stationair, wat wil zeggen dat ze in de loop der tijd niet erger worden. Andere oogaandoeningen zijn progressief, zoals bijvoorbeeld maculadegeneratie (MD) en Retinitis Pigmentosa (RP). In deze gevallen gaat iemand steeds slechter zien. Overigens wil het feit dat iemand een stationaire oogaandoening heeft, niet altijd zeggen dat zijn visus ook stabiel blijft, omdat bij mensen die slecht zien vaak secundaire oogaandoeningen en complicaties optreden. Zo is mijn oogaandoening, Prematurenretinopathie (ROP), op zichzelf niet progressief, maar door complicaties als netvliesloslating en staar is mijn visus in de loop der tijd wel achteruit gegaan.

Bij sommige aandoeningen komen ook andere symptoen dan een visuele handicap voor, zoals bij albinisme. In sommige gevallen is de visuele beperking zelfs één van vele symptomen, die op allerlei manieren kunnen blijken. In dat geval zeggen we dat het een onderdeel van een syndroom is. Maar ook al is het niet "normaal" dat bijkomende problemen voorkomen, kan dit wel het geval zijn, bijvoorbeeld doordat de oorzaak van de blindheid ook een oorzaak kan zijn van andere problemen (bijvoorbeeld bij te vroeg geboren baby's).

Implicaties van een visuele handicap

Het is, zoals hierboven al duidelijk wordt, moeilijk te zeggen hoe een visuele handicap iemands leefsituatie beïnvloedt, doordat de handicap op alle leeftijden kan ontstaan, ernstig of minder ernstig kan zijn en er bijkomende problemen kunnen zijn. De ene visueel gehandicapte zal op braille aangewezen zijn, de ander kan grote letters lezen. De één zal een taststok gebruiken, de ander een herkenningsstok en weer een ander helemaal geen stok. Blinden en slechtzienden hebben eigenlijk maar één eigenschap gemeen: hun visuele handicap. Soms kun je wel zeggen dat een bepaalde eigenschap of bepaald gedrag vaker voorkomt bij visueel gehandicapten, maar volgens mij kun je niet eenduidig zijn en definiëren wat een visueel gehandicapte persoon kan en hoe hij of zij dat doet.

Meer informatie

Zien informatie

Zo zien wij dat

Met andere ogen