Je bent hier:
Home > Visuele handicap > Onderwijs > De keuze: speciaal of regulier onderwijs?

Als je blinde of slechtziende kind in Nederland aan de basisschool begint, heb je over het algemeen twee opties: een gewone basisschool of een speciale school voor visueel gehandicapte kinderen. Binnen beide schooltypen zijn er ook nog allerlei verschillen, maar daar ga ik nu nog even niet op in. Ik zal me in dit artikeltje richten op de voor- en nadelen die beide schoolvormen kunnen hebben.

Inclusie als "hot topic"

In Nederland is de integratie of inclusie van gehandicapte mensen in het algemeen, en van gehandicapte kinderen binnen het onderwijs in het bijzonder, nog niet zo oud. Waar het bijvoorbeeld in de VS veertig jaar geleden al tamelijk gewoon was dat je als blinde naar een gewone school ging, zaten toen alle blinde kinderen in Nederland nog in instituten, vaak het hele jaar door met uitzondering van enkele vakanties. Dit verschil was niet filosofisch of wettelijk, maar had te maken met de epidemische stijging van het aantal blinden in de VS ten gevolge van Prematurenretinopathie.*1

Andere landen volgenden de VS in de laatste decennia. In Nederland hebben ouders echter nog lang moeten vechten om hun gehandicapte kinderen op een gewone school les te laten volgen. In 2003 ging echter een wet in die het scholen verbiedt om kinderen vanwege hun handicap te weigeren. Dat wil dan nog niet zeggen dat alle kinderen per sé naar een gewone school moeten: voor sommige kinderen kan een speciale school nog steeds beter zijn.

Voordelen en nadelen van inclusie

"Inclusie" klinkt zo mooi - kinderen, met of zonder handicap, bij elkaar in de klas. Dat is het ook, mits goed aangepakt. Als je je blinde of slechtziende kind naar een gewone school stuurt, heeft dit een aantal voordelen:

Een blind of slechtziend kind dat op een reguliere school zit, kan gebruikmaken van ambulante begeleiding, wat betekent dat er iemand van een blindenschool naar de gewone school komt om de leerling, leraren en klasgenoten extra steun en informatie te geven. Maar er zijn natuurlijk ook nadelen. Zo kun je een school treffen die het niet ziet zitten om een blind of slechtziend kind les te geven. Geen wet verandert daar iets aan. Ook kan het moeilijk zijn om de juiste hulpmiddelen en aanpassingen te krijgen. Deze worden wel vergoed, maar het kan toch zijn dat ze bijvoorbeeld niet op tijd aankomen.

Speciaal onderwijs

Voor sommige visueel gehandicapte kinderen, met name die met bijkomende problematiek, kunnen de speciale scholen goede voorzieningen treffen. Zo zijn de klassen klein (zes tot tien leerlingen), is er veel individuele aandacht, ligt het tempo meestal wat lager dan op het gewone onderwijs, wordt er op een andere manier lesgegeven (bijvoorbeeld minder met visuele modellen), en wordt er meer aandacht besteed aan praktische vaardigheden die voor een blind kind nuttig zijn. Op de school is het ook vaak makkelijker om aanvullende begeleiding te krijgen als een kind dat nodig heeft. Nadelen zijn wel dat de school vaak ver weg is, zodat een kind lang moet reizen, en dat een kind minder in contact komt met ziende leeftijdgenoten.

Hoe maak ik een keuze?

Dat hangt natuurlijk van jezelf en je blinde of slechtziende kind af. Het hangt ook af van de scholen in je buurt - heeft een gewone school in jouw buurt bijvoorbeeld veel ervaring met gehandicapte kinderen? Je kunt ook proberen contact te leggen met andere ouders in jouw regio. De FOVIG is de landelijke oudervereniging voor visueel gehandicapte kinderen. Het is ook een goed idee om te overleggen met de instelling voor visueel gehandicapten in jouw regio. Deze instellingen zijn Bartiméus in het midden en oosten van het land, Sensis in zuid en zuidwest Nederland, en Visio in het westen en noorden van het land.

*1 Bishop, Virginia E. (1997); Educational inclusion: Premise, practice, and promise; 10de wereldconferentie ICEVI, Sao Paolo, Brazilië