Je bent hier:
Home > Visuele handicap > Onderwijs > Tips voor leraren
Deze tips zijn vooral geschikt voor leraren op een reguliere school, die te maken krijgen met een blinde of slechtziende leerling. Ze kunnen echter ook handig zijn voor anderen die onderwijs/instructie gevven aan blinde of slechtziende mensen.
Algemeen
- Verwacht hetzelfde gedrag van de visueel gehandicapte leerling als van anderen. Als een visueel gehandicapte leerling de regels overtreedt, moet je hem net zo aanpakken als je dat met een goedziende leerling zou doen.
- Help een visueel gehandicapte leerling alleen als dit echt nodig is. Ga niet helpen omdat je het zo zielig vindt dat het de visueel gehandicapte leerling meer moeite kost om iets te doen: dan leert de leerling het niet zelf doen.
- Als je een slechtziende leerling in de klas krijgt, is het belangrijk te weten hoeveel de leerling nog ziet en welke omstandigheden zijn zicht beïnvloeden. De ene leerling heeft veel licht nodig, de ander weinig, bijvoorbeeld. Vraag aan de ouders of aan de leerling zelf onder welke
omstandigheden hij het beste ziet en hoeveel hij nog ziet, en probeer hier zoveel mogelijk rekening mee te houden. Begrijp wel dat een slechtziende leerling meestal niet goed antwoord kan geven op de vraag "Wat zie je nog?", want hij weet niet wat jij als goedziende ziet. Vooral bij jonge kinderen zul je dus veel door observeren moeten uitvinden.
- Noem alle leeerlingen bij naam. Dat heeft twee voordelen voor de slechtziende of blinde leerling: ten eerste leert hij stemmen en namen onthouden, en ten tweede weet hij dan wanneer je het tegen hem hebt.
- Laat de visueel gehandicapte leerling zoveel mogelijk meedoen aan alle activiteiten, zoals praktische opdrachten, uitstapjes en dergelijke. Een blinde of slechtziende leerling kan ook net zo goed functies in de klas, zoals klassenvertegenwoordiger, uitvoeren. En ja, de meeste
corvee-activiteiten kan een blinde of slechtziende leerling ook, en hij moet ook verwacht worden die te doen.
- Spreek tegen de klas als je binnenkomt of het lokaal verlaat. Zo weet de leerling of je er bent, en hoeft hij bijvoorbeeld geen halfuur met zijn vinger omhoog te zitten om er vervolgens achter te komen dat je niet in de klas was.
- Als je de plek van iets wilt aanduiden, zeg dan niet iets vaags als "Daar", maar gebruik terman als "Links", "rechtdoor", etc.
- Informeer de blinde of slechtziende leerling als er roosterwijzigingen zijn. Vaak kunnen ze het roosterbord niet lezen. Als op jouw school roosterwijzigingen via een webomgeving worden doorgegeven, dan hangt het ervanaf of deze toegankelijk is voor iemand met een computeraanpassing.
Lesmateriaal
- Plan ruim van tevoren welk lesmateriaal (boeken, stencils, enz.) je wilt gaan gebruiken, zodat ze naar Dedicon kunnen worden gestuurd om vergroot, gebrailleerd of gedigitaliseerd te worden. Boekenlijsten voor het volgend schooljaar moeten bij
voorkeur vóór 1 mei aangeleverd zijn. Als de boekenlijst dan nog niet klaar is, is het handig de lijst van het afgelopen schooljaar op te sturen en later de wijzigingen door te geven.
- Tekeningen kosten, is mijn ervaring, nog extra tijd. Selecteer de meest noodzakelijke tekeningen (niet alle plaatjes in elk boek zijn relevant) en stuur die ruim van tevoren op.
- Veel blinde leerlingen lezen hun materiaal op een computer met aanpassing. Materiaal wordt door Dedicon gescand en in Word-formaat gemaakt en vervolgens op een CD-ROM gezet. Je kunt materiaal in dit geval ook eventueel zelf scannen. Als je proefwerken of stencils toch al op de
computer uittypt, kun je die dus gewoon op een USB-stick of iets dergelijks opslaan.
- Zorg voor goede, leesbare kopieën. Een slechtziende leerling kan geen grijze tekst op een witte achtergrond lezen, maakt niet uit hoe groot de letters zijn. En slechte kopieën zijn niet te scannen om omgezet te worden voor blinde leerlingen.
- Handgeschreven tekst kan niet gescand worden en moet worden overgetypt (ook als het in braille moet worden afgedrukt, dat gebeurt namelijk elektronisch). Gebruik dus geen handgeschreven stencils of proefwerken.
Klassikale uitleg en presentaties
- Vertel wat je op het bord schrijft of wat er op een sheet of Powerpoint-presentatie geschreven staat; een blinde of slechtziende leerling kan het misschien niet lezen. Sommige leraren houden vaak een verhaal om wat ze op het bord schrijven te illustreren, maar probeer dan wel even duidelijk te maken wat je opschrijft
en wat dus meer van belang is.
- Beschrijf een tekening of grafiek zo duidelijk mogelijk. Eén van mijn leraren zei bijvoorbeeld heel vaak: "Ik teken een grafiek." Daarmee werd het voor mij nog niet duidelijk wat die grafiek dan wel moest voorstellen. Probeer dit zo goed mogelijk uit te leggen.
- Als je een onbekend woord gebruikt, is het aan te raden het te spellen. Dit geldt vooral voor de vreemde talen, maar ook voor ingewikkelde vaktermen bij andere vakken.
- Een slechtziende leerling kan soms het bord of de tekst van een presentatie wel lezen, als hij er dicht bij mag zitten. Zorg voor een plek van waaraf hij het bord of de presentatie goed kan lezen, maar waar hij de andere leerlingen niet hindert. Sommige leerlingen kunnen wel vanaf een afstand
bepaalde dingen zien, maar moeten soms naar voren lopen om iets beter te kunnen lezen. Sta dat in dat geval toe zolang het de anderen niet hindert.
- Als je audiovisuele middelen gebruikt, kan een leerling een video met veel gesproken woord vaak wel volgen, maar als de beelden erg belangrijk zijn, leg dan zo af en toe uit wat er te zien is.
- Als je voorwerpen wilt laten zien tijdens een presentatie, laat de blinde of slechtziende leerling die dan indien mogelijk aanraken. Doe dit bij voorkeur na je presentatie, om overlast tussendoor te voorkomen.
Proefwerken
- Gebruik bij voorkeur geen plaatjes in een proefwerk voor een visueel gehandicapte leerling. Grafieken die echt relevant zijn, kun je laten omzetten, maar vermijd gecompliceerde foto's en dergelijke. Eventueel kun je als alternatief het plaatje beschrijven.
- Visueel gehandicapte leerlingen hebben vaak meer tijd nodig om te lezen dan ziende leerlingen. Daarom is het aan te raden een blinde of slechtziende leerling extra tijd te geven op een proefwerk. De officiële richtlijn van het CITO was vroeger (hij is inmiddels geloof ik afgeschaft) dat
slechtziende leerlingen anderhalf keer zoveel tijd kregen en blinden dubbele tijd. Ik heb echter op de middelbare school nog nooit meer dan 20% extra tijd nodig gehad. Het is dus aan te raden om met de leerling en/of ouders te overleggen om individueel te bepalen hoeveel extra tijd die leerling nodig
heeft.
Excursies
- Zorg dat de visueel gehandicapte leerling van tevoren alle relevante informatie, die de anderen ook van tevoren krijgen, in zijn leesvorm krijgt.
- Als iemand de leerlingen een demonstratie of iets dergelijks gaat geven, informeer hem of haar dan van tevoren dat je een blinde of slechtziende leerling in de groep hebt. Vraag bijvoorbeeld of de leerling de gedemonstreerde voorwerpen mag voelen.
- Zorg eventueel voor een extra begeleider, die de blinde of slechtziende leerling naar de onderdelen kan meenemen en eventuele visuele aspecten kan beschrijven.