Je bent hier:
Home > Visuele handicap > Revalidatie > Intakegesprek
Op dinsdag 1 maart belde één van de psychologen van het Loo Erf me om een afspraak te maken voor een intakegesprek. Ze zei dat ze op korte termijn het gesprek wilde houden. Wat was korte termijn, vroeg ik me af? Voorkeuren voor dag of tijdstip had ik niet echt - al mijn lessen waren facultatief, dus het maakte eigenlijk niet uit -, hoewel ik bij mezelf dacht dat een maandagmiddag me het beste uit zou komen. Korte termijn: de week van 14 maart, 21 maart, 28 maart? Ik hoopte niet op die van 4 april, want dan had ik het erg druk, en in de week van 11 april had ik toetsweek. Bovendien vond ik dat geen korte termijn meer. Nou, ze zei maandag, ze zei 's middags om drie uur en ze zei maart en als ik de betekenis nog niet kende, weet ik nu heel goed wat "korte termijn" inhoudt: ze zei de zevende.
Ik wist eigenlijk niet goed wat ik van zo'n intakegesprek moest verwachten. Mijn mentor had al even met die psycholoog gebeld om de situatie enigszins uit te leggen. Dat vond ik prettig; met een vraag als "Wat is je probleem?" kan ik meestal weinig. Toch voelde ik me toen wel een beetje alsof ik me aan een paradigma moest houden: mijn mentor focuste enorm op sociale en communicatieve vaardigheden en "zorgen over de universiteit", whatever that may be, en ik had niet zoveel zin om me daar compleet aan te houden, omdat het gewoon mijn situatie niet goed beschreef. Bovendien: wat moest ik dan bij het Loo Erf? Verder heb ik een vooroordeel tegen psychologen, vanwege een niet zo prettige ervaring alweer jaren geleden, dus bepaald relaxed ging ik niet naar het gesprek toe.
We bespraken mijn problemen op sociaal gebied, mijn visuele handicap en hoe ik daarmee omging, wat mijn hulpvraag was (kan ik altijd alleen in hele vage termen uitleggen), en zaken rond zelfstandigheid en mobiliteit, naast wat algemene vraagjes. We liepen een kwartier uit en als je de momenten dat ik compleet stilviel omdat ik geen flauw idee had hoe ik moest antwoorden, aftrok, had je dat er zo uit. Ik wist niet goed hoe ik mijn situatie moest uitleggen en ik wilde niet crazy overkomen, dus soms had ik echt geen idee wat ik moest zeggen. Dat heb ik vaker en het wordt nogal eens onterecht geïnterpreteerd als niet willen praten, ook nu, heel frustrerend. Toen ik wegging, had ik het gevoel dat het wel aardig was gegaan, maar in de week die volgde bedacht ik me alles wat ik gezegd had en ik had echt zoiets van: man, ik kom zó gestoord over! Ze zou me de week erop terugbellen, nadat ze met haar collega's had overlegd, over wat er verder gedaan kon worden.