Je bent hier:
Home > Visuele handicap > Revalidatie > Observatieweek

Er werd na het intakegesprek besloten dat ik voor een vierdaagse observatie op Visio Het Loo Erf zou worden uitgenodigd. Deze observatie vond plaats van maandag 6 tot donderdag 9 juni, de week na mijn examens. Pas kort van tevoren werd besloten welke onderdelen ik precies moest doen, en kreeg ik een officiële uitnodiging: ik moest die maandag om tien uur aanwezig zijn.

Ik kwam dus met de taxibus aan en meldde me bij de receptie van gebouw Alpha. Een medewerkster van het team wonen gaf me de sleutel van mijn kamer en mijn rooster voor deze week. Dat was niet in aangepaste vorm - bij een eventuele revaidatie zou dat wel gebeuren. Ik ging even aan de "stamtafel" zitten wachten tot een medewerker me mijn kamer zou wijzen. We waren druk bezig met het verkennen van het gebouw, toen we hoorden dat ik naar low vision moest: wij dachten dat dat pas om elf uur was, maar het was halfelf. Dus de "introductie wonen", dwz. het doornemen van alle regels, verkennen van het gebouw, etc. zouden we vanmiddag afmaken.

Ik was er niet zo happy mee dat ik een low vision onderzoek moest doen. Ik heb maar heel weinig restvisus en toch vind ik het moeilijk om voor totaal blind door te gaan. En aangezien ik ervan overtuigd was dat de mensen van de low vision en zientraining mijn visus net zo onbelangrijk vonden als iedereen, had ik niet zoveel zin om dat te horen: dan leek het net alsof ik mijn visus overschatte (wat ik inderdaad wel eens doe), hoewel ik aan de telefoon er met de intaker heel laconiek over had gedaan. Het low vision onderzoek was niet zo interessant: zoals ik zelf altijd al uitleg, kon ik objecten in de ruimte wel enigszins waarnemen, maar verder eigenlijk niet. We waren voor mijn gevoel al aardig snel klaar, hoewel ik er niet in slaagde de mensen er binnen vijf minuten van te overtuigen niet te zeuren over mijn visus, zoals ik mezelf eigenlijk had voorgenomen. Ik moest toen nog iets met zientraining doen. Wat het verschil was, heb ik nooit goed begrepen. We gingen naar een andere ruimte. We zaten aan een tafel met een donkerblauw tafelkleed (ik vond het licht, maar die vrouw die erbij was zei dat er bijna geen donkerder blauw bestond), waarop papieren van verschillende kleuren werden gelegd. Ik kon de kleuren niet benoemen, maar de contrasten wel zien, zoals ik al eeuwen wist. Me werden ook allerlei vragen gesteld over mijn oogaandoening en of ik daar voldoende info over had. Uiteraard; ik heb er erg veel over opgezocht. Daarna gingen we naar het "lichtlab", wat bedoeld is om zaken als lichtvoorkeur, lichthinder etc. te onderzoeken. Ik ben erg lichtgevoelig en dat was duidelijk: ze zeggen dat in de Arbo-normen, mensen behoefte hebben aan 500 lux, maar ik had met de prettigste kleur licht bij 360 lux al zat licht. Ik schijn ook moeite te hebben met donker-naar-licht overgangen, wat me nooit was opgevallen. De mensen concludeerden uiteindelijk dat zientraining in de revalidatie wel handig was ivm. zaken als licht en contrasten. Bij het adviesgesprek uitte mijn vader zijn twijfels - ik had niet anders verwacht -, omdat hij vindt dat ik moet leren functioneren zonder mijn visus. Dat ben ik met hem eens, maar ik kan het alsnog niet uitzetten.

Ik had 's middags veel vrije tijd, want er was tot drie uur zientraining ingeroosterd, maar we waren voor de lunch al klaar. Na de lunch maakten we de intro wonen af en om vier uur moest ik bij de fysiotherapeut zijn. Die man had overal commentaar op behalve op mijn gewicht en mijn bloeddruk. Dat wist ik wel - ik heb een houding van niks en mijn beweging is niet super -, maar het is toch niet leuk om te horen. Ook met dit onderdeel waren we vroeg klaar: de drie kwartier die nog voor de donderdag ingeroosterd stonden, hoefde ik niet te komen.

's Avonds oordeelde ik dat ik ontzettend complicated overkwam en dat ik overal nog slechter in was dan ik had gedacht - en ik was al niet gekomen omdat alles zo goed ging. Bovendien wist ik nog wat ik op het intakegesprek allemaal had gezegd, en dat was ook niet rooskleurig te noemen. Ik hoorde een paar vrouwen praten over iemand die voor dit centrum te compicated was geweest, en ik voelde me erg vreemd: eigenlijk zou ik eerder verwachten dat mensen zeiden dat ik helemaal geen problemen had en gewoon een schop onder mijn kont moest hebben, maar ik was bang dat ik te complex over zou komen.

Dinsdag begon met diagnostiek: een psychologisch onderzoek waar ik van tevoren erg tegenop zag. Ik heb er al teveel gehad in mijn leven en weinig waar ik ook maar enigszins positief op terugkijk. Vandaag begonnen we met de WAIS: niet moeilijk uiteraard, hoewel het onderdeel "begrijpen" of zoiets wel giga lastig was: dan kreeg je vragen over praktische en dagelijkse gebeurtenissen. Nooit mijn sterkste kant geweest. De onderdelen rekenen en overeenkomsten waren uiteraard vrij simpel: ben ik altijd erg goed in geweest. We deden ook één van de persoonlijkheidsdingen, een erg lang geval waarvan ik constant zei dat ik hem omgekeerd had ingevuld van de ideale persoon. Dat viel op zich wel mee.

Mobiliteit was het volgende onderdeel. De persoon die dat geeft, kende ik nog, omdat hij me vijf jaar geleden mobiliteitslessen had gegeven rond mijn school en in de buurt. We bespraken mijn problemen met bekende routes en het feit dat ik vaak op goed geluk ergens naartoe ga. We concludeerden dat ik strategieën moest leren om me in verschillende mobiliteitssituaties te redden. Toen ik naar de bushalte moest lopen om te laten zien hoe ik het deed, bleek verder dat ik nogal eens tegen obstakels aanbots en vrij slordig met de stok ben Dat wist ik ook al.

Ik had een uurtje vrij en kletste wat met mensen die toen aan het revalideren waren. Daarna was het lunchtijd en om één uur had ik een gesprek met een psycholoog. Dat was moeilijk, zoals verwacht, en we liepen uit. Ik kwam nogal complicated over volgens mij, en dat vond ik jammer. Sommige dingen veronderstelde ik toch al algemeen bekend, zoals het feit dat ik moeite heb in sociale situaties, maar soms had ik echt zoiets van: help, ik ga toch niet giga troubled overkomen. Mijn problemen met mijn visuele handicap probeerde ik te nuanceren, volgens mij zonder succes.

Om halfdrie had ik een kennismaking met de huisarts. Niet zo interessant: de standaard medische vragen van of je medicijnen gebruikt, of je bijkomende klachten hebt behalve je blindheid, enz. Ik heb geen medische bijzonderheden, dus zo boeiend was het niet. Daarna had ik weer een uurtje vrij, tot ik om vier uur naar de braillecheck moest.

De braillecheck was het eerste, en, na later bleek, enige, onderdeel van de observatieweek waar ik tevreden over was. Ik legde eerst uit welke hulpmiddelen ik gebruikte m.b.t. braille, wanneer ik braille had geleerd en met welke brailleschriften ik bekend was: Nederlands kortschrift graad 1 en Engels kortschrift graad 2. Vervolgens moest ik een braillebladzijde voorlezen. Dat lukte me in twee minuten, en aangezien ze een norm van vijf minuten of minder hanteren, was ik een goede braillelezer. Het schrijven op een braillemachine ging iets minder goed, maar nog steeds erg goed. Ik hoef dus geen braille te leren tijdens de revalidatie. Hoewel ik dat eigenlijk wel wist, ben ik er wel trots op, want braille is lang een probleem voor me geweest, vooral omdat ik niet gemotiveerd was.

's Avonds kregen de mensen die op het Loo Erf de opleiding sportmassage volgen, hun diploma's en hadden we een feestelijke avond. Men vond wel dat ik met mijn neus in de boter was gevallen, dat ik nu juist in de observatie zat. Ik heb nog lang met mensen zitten praten en ging vrij laat naar bed.

De woensdag begon met ergotherapie. Eerst moest ik alemaal vragen beantwoorden over mijn buurt, dagindeling, en wat voor activiteiten ik wel en geen problemen had. Daarna moest ik koffie zetten. Dat doe ik normaal één of twee keer per dag, maar het ging niet zo goed. Ergo was mijn moeders paradigma van waar mijn problemen lagen, dus ik zou het niet zo erg moeten vinden.

Vervolgens had ik nog anderhalf uur diagnostiek. Deze keer kreeg ik nog zo'n persoonlijkheidsding, iets over coping strategieèn, een geval over sociale contacten (alsof die lui niet al eeuwen wisten dat ik daar bagger in ben) en de AGAS (Algemene Gehandicapten Attitude Schaal), die ik de vorige dag had besloten toch maar eerlijk te gaan invullen. De niet erg genuanceerde conclusie, dat ik mijn handicap nog maar in geringe mate verwerkt heb (ik heb een hekel aan het woord "verwerking", maar weet niks beters), verbaasde me dan ook niet. Ze waren bezig met een wetenschappelijk onderzoek naar vermoeidheid bij blinden en slechtzienden en ik werkte mee. Daar was eigenlijk een ander uur voor vrijgemaakt, maar we hadden zoveel tijd over, dat het nog in die anderhalf uur paste.

's Middags moest ik naar computervaardigheden. Handschrijven was ook een onderdeel, en ik schrijf volgens die vrouw in redelijk leesbare blokletters. Ik vroeg de volgende dag aan mijn zus wat blokletters waren: ik dacht altijd dat dat letters waren die ik blokjes stonden, haha. Daarna moest ik een tekstje op de brailleleesregel voorlezen en vervolgens een tekstje typen. Dat ging voor mijn gevoel niet goed - ik was niet aan het toetsenbord gewend en maakte veel fouten, dacht ik -, maar uiteindelijk viel het mee. Mijn kennis van de computer was verder goed, dus basis computer vaardigheden (BCV) hoef ik niet te leren.

Ik moest vervolgens een gehoortest doen: mijn gehoor was goed. Daarna een kennismaking met de oogarts, maar die man kan toch niks voor mij doen, dus we kletsten over van alles en nog wat. Daarna kletste ik nog tot het eten wat met revalidanten. Ik liep overigens de hele dag te twijfelen of ik mijn ouders bij het adviesgesprek van donderdag zou uitnodigen: ik was ervan overtuigd dat het enige wat zij wilden horen, was dat het allemaal wel meeviel en ik helemaal geen problemen had. Uiteindelijk overtuigden een paar revalidanten me om ze toch uit te nodigen. Mijn vader kwam uiteindelijk.

Donderdags begon ik met een gesprek met de trajectbegeleider. Ze zei dat sommige dingen die ze zou vragen, waarschijnlijk ook al bij de ergotherapie of de psycholoog ter sprake waren gekomen. Nou, dat klopt: volgens mij was er helemaal niets wat me nog niet eerder gevraagd was. Ik kon echter moeilijk mijn hulpvraag uitleggen, en ze vond dat ik nogal een enkelvoudige hulpvraag had. O. Nu was ik dus te simpel en te complex tegelijkertijd. Daar baalde ik behoorlijk van.

Vervolgens kreeg ik een introductie creatieve vorming. Tijdens dat uur heb ik besloten dat ik wereldkampioen in een grot leven ben: ik verbaasde me echt giga over wat er allemaal nog mogelijk was. En dat terwijl ik altijd al zeer slechtziend ben geweest!

Bij de lunch was ik giga nerveus, want om één uur had ik mijn adviesgesprek. Ik was benieuwd wat ze van me vonden; ik had eigenlijk geen idee. Ik liep naar gebouw Omega, waar mijn vader me stond op te wachten. We liepen naar boven en begonnen het gesprek met de psycholoog. Toen hij me vroeg hoe ik vond dat het was gegaan, herhaalde ik wat ik vanochtend had bedacht: dat ik het gevoel had dat ik te complex en te simpel tegelijk overkwam. Ze adviseerden me dus om de basisrevalidatie te gaan doen, exclusief braille en BCV, en met nog een paar trainingen uit de arbeidsrevalidatie erbij. We namen de onderdelen van de week door en mijn vader zei, toen het hem gevraagd werd, dat hij het prima vond dat ik ging revalideren, waarmee hij mij van mijn overtuiging over wat hij van het geheel vond, afbracht. Om ongeveer twee uur waren we klaar met het gesprek en mijn vader en ik gingen weg en stopten onderweg naar huis nog even bij school om mijn mentor in te lichten.