Je bent hier:
Home > Visuele handicap > Revalidatie > Op de wachtlijst
Bij het adviesgesprek was me gezegd dat er een wachtlijst was voor de basisrevalidatie, dus dat ik pas in oktober terecht zou kunnen. Dat vond ik niet zo erg, en mijn vader vroeg alleen: "Vermaak je je wel tot oktober?" Daar ging ik wel vanuit.
In de eerste weken na mijn observatie was ik vooral bezig te snappen dat ik eindelijk een plan had voor na de zomer en dat ik me daar tevreden mee voelde. Toch had ik nog steeds gemengde gevoelens: ik ben negentien en altijd al zeer slechtziend geweest, dus waarom had ik dit nodig? De meeste mensen die op het Loo Erf revalideren, zijn op latere leeftij blind of slechtziend geworden, dus ik voelde me alsof ik niet "normaal" (één van mijn favo woorden als het om dit soort zaken gaat) was als ik al deze "compenserende vaardigheden" nog moest leren.
Op 7 juli kreeg ik het observatieverslag in de bus. Het was een diskette en een zwartschriftexemplaar. Mijn moeder vroeg of ze het mocht lezen. "Ik eerst," besloot ik, en toen ik het uit had, las mijn moeder het. Ze had tot mijn verbazing geen commentaar "behalve een paar typefouten". Dat viel me mee: ik had haar, de middag na het adviesgesprek, alleen verteld wat ik dacht dat zij wilde horen, gezien haar paradigma, maar ik denk dat mijn vader haar de rest heeft verteld.
De maand juli besteedde ik verder vooral aan mijn hobby's: lezen, schrijven en internetten, of een combinatie van die drie. Ik was verder nog steeds ook wel bezig met mijn blindheid, gevoelens over revalidatie etc.
Op 9 augustus kreeg ik een telefoontje van de intaker. Hij zei dat ze iets veranderd hadden - iets met dat het geïndividualiseerder was of zo, maar het was een technisch verhaal -, en dat ik op 22 augustus al zou kunnen beginnen. "Dat is over twee weken," zei hij. Dat wist ik ook. Ik zei onmiddellijk dat ik dat prima vond en hij zei me dat ik er die maandag om halfelf moest zijn, maar hij zou me nog een officiële uitnodiging ("zorgovereenkomst", ook zo'n woord wat ik niet leuk vind) sturen. En nu wacht ik dus tot het maandag is en ik kan beginnen. Ik ben best zenuwachtig.