Je bent hier:
Home > Visuele handicap > Tips voor het omgaan met visueel gehandicapten
Hulp aanbieden
- Het is onnodig en irritant om een blinde of slechtziende steeds te volgen, omdat je bang bent dat hij/zij ergens tegenaan loopt. Vraag eventueel of je kan helpen.
- Als je een blinde of slechtziende tegenkomt, van wie je denkt dat hij/zij hulp nodig heeft, vraag dan altijd eerst of je ergens mee kan helpen, voordat je aanwijzingen gaat geven of gaat duwen of trekken.
- Als je een blinde of slechtziende de weg wilt wijzen, vraag dan hoe je hem of haar het beste kan helpen: is het bijvoorbeeld genoeg om te vertellen waar de persoon heen moet, of moet je meelopen, en, in dat laatste geval, hoe wil hij of zij dan begeleid worden?
- Vermijd niets-zeggende woorden als "hier" en "daar" en wijs niet naar hetgeen je de blinde of slechtziende wilt tonen; de kans is groot dat hij of zij niet ziet waar je heen wijst. Probeer uit te leggen waar het voorwerp is of waar iemand heen moet lopen ("links", "rechtdoor", etc.).
- Als een visueel gehandicapte persoon je aanbod om te helpen afslaat, dring dan niet aan.
Begeleiden
- De meest gebruikte techniek van begeleiden, is wanneer de blinde of slechtziende jouw elleboog met de hand vastpakt, zodat hij iets achter je loopt. Zo kan hij je goed volgen.
- Als je een blinde of slechtziende begeleidt, en jullie moeten een trap op of af, sta dan even stil voordat je de trap op of afgaat.
- Zeg liever niet hoeveel treden de trap heeft (je kunt namelijk verkeerd tellen); in plaats daarvan is het handiger even te waarschuwen als de trap eindigt.
- Het is handig een visueel gehandicapte een deurknop, stoel enz. te wijzen door zijn/haar hand op de deurknop of rug of leuning van de stoel te leggen. Het is niet nodig en vaak irritant om hem of haar in een stoel te duwen; de persoon kan prima zelf gaan zitten.
Eeen gesprek voeren
- Als je iets wilt zeggen tegen een visueel gehandicapte, spreek dan altijd tegen hemzelf en niet via iemand anders; een blinde is vaak heel bereid een gesprek met je te voeren en het komt nogal neerbuigend over als je via iemand anders spreekt.
- Noem de blinde of slechtziende bij naam als je hem of haar aanspreekt. Zo weet de persoon dat je het tegen hem of haar hebt.
- Kijk direct naar een blinde, als je tegen hem of haar spreekt. Zo kan hij of zij je stem met de ogen volgen en je aankijken.
- Stel jezelf voor als je een gesprek met een blinde of slechtziende begint; ga er niet automatisch vanuit dat hij of zij je stem wel zal herkennen. Raadspelletjes ("Wie ben ik?") zijn meestal ook niet grappig.
- Het is volstrekt onnodig extra luid tegen een visueel gehandicapte te spreken; hij of zij mankeert meestal niets aan de oren.
- Gebruik gerust woorden als "zien" en "kijken", zoals je die tegen goedzienden ook zou gebruiken. Deze begrippen horen tot de normale taal en een blinde zal begrijpen waar je het over hebt.
- Reageer met woorden, niet alleen door te knikken of nee te schudden of iets dergelijks, want de kans is groot dat de blinde of slechtziende persoon je lichaamstaal niet opmerkt.
- Sommige blinden en slechtzienden willen liever niet over hun handicap praten, terwijl anderen het geen probleem vinden om vragen te beantwoorden. Het is beleefd de betreffende persoon te vragen of hij/zij het erg vindt als je vragen over zijn/haar blindheid stelt.
- Als je weggaat bij de visueel gehandicapte persoon, vertel dat hem/haar dan, zodat hij/zij niet, denkend dat jij er nog bent, tegen de lucht aan staat te praten.
Eten en drinken
- Sommige blinden of slechtzienden willen graag dat je vertelt wat er op hun bord ligt. Vaak wordt gedaan alsof het bord een klok is: bv. aardappels op 9 uur (= helemaal aan de linkerkant van het bord) en groente op 6 uur.
- Als je een glas drinken of iets dergelijks aangeeft, zeg dan waar je het neerzet of raak met de onderkant van het glas even de hand van de blinde persoon aan, zodat hij het glas kan pakken.
- Als je uit eten bent, is het beleefd aan te bieden om een menukaart voor te lezen; de meeste restaurants hebben namelijk geen braillemenukaarten.
Overig
- Laat deuren en ramen helemaal open óf helemaal dicht; halfopen ramen en deuren worden niet altijd met een blindenstok gevoeld en de blinde kan ze waarschijnlijk niet zien.
- Leg spullen terug waar je ze vandaan hebt gepakt. Veel blinden en slechtzienden geven dingen namelijk een vaste plek, zodat ze ze makkelijker kunnen terugvinden.
- Geef een voorwerp, dat je wilt laten zien, de visueel gehandicapte in de hand.
- Het is meestal niet nodig blinden en slechtzienden te helpen met betalen; ze hebben namelijk geleerd om de verschillende geldstukken uit elkaar te houden. Als ze wel hulp willen, zullen blinden of slechtzienden daar wel om vragen.
- Sommige blinden of slechtzienden zullen langzamer lezen of schrijven dan goedzienden. Het is wel zo aardig hier rekening mee te houden.
- Ga niet zomaar een geleidehond aanhalen. Deze honden zijn aan het werk en beschermen de veiligheid van de baas. Als je ze aait, kunnen ze afgeleid worden.
Meer info en tips:
Niet zo, maar zo (Visio Het Loo Erf)