Je bent hier:
Home > Verhalen > Evelien

Evelien
Geschreven: 6 december 2002

"Hoi Iris, goeie vakantie gehad?!" Cynthia kwam met een stralend gezicht op haar af. "Ja hoor, best wel." "Raad eens wat er is gebeurd!" riep Cynthia. "Nou? Je hebt de loterij gewonnen of je bent weer een kilo afgevallen of zoiets?" "Welnee, sukkel. Ik heb verkering met Edwin." Cynthia keek haar dolblij aan. "O," zei Iris weinig geïnteresseerd. Toen dwaalden haar ogen het schoolplein af: daar stond ze: lang, heel lichtblond haar, blauwe ogen had ze ooit gezien toen ze haar aankeek, slank en lang en met een zonnig gezicht, dat was Evelien. "Wat kijk je nou naar dat wicht?" vroeg Cynthia geërgerd. "Heeft ze iets van je aan of zo?" "Nee, niks," antwoordde Iris. "Leuk dat je verkering hebt." "Klinkt niet erg enthousiast. Moet jij niet ook eens een vriejde?" De bel ging en Iris gaf geen antwoord; Cynthia zou het toch nooit begrijpen. Edwin kwam naar hen toe en sloeg onmiddellijk zijin arm om Cynthia heen. Zo, die was ook intiem. Cynthia bleef staan en begon uitgebreid met Edwin te zoenen, midden op het schoolplein, dus Iris liep alleen naar het wiskundelokaal. In de gang botste ze bijna tegen iemand op. Het was een lang, slank meisje met lang, heel lichtblond haar, blauwe ogen en een zonnig gezicht: Evelien! "S-s-sorry," bracht ze uit. "Geeft niet," zei Evelien. Iris wist toevallig dat ze in de vijfde zat en optrok met Jeroen en Willemijn uit haar klas. Toen de tweede bel ging en Iris op haar plaats zat, was Cynthia er nog niet. "Goedemorgen, 4C," donderde de stem van Terpstra door het lokaal. "Ik hoop dat jullie goed zijn uitgerust in de kerstvakantie en héle goeie voornemens hebben voor het nieuwe jaar. Ik doe er normaal gesproken niet aan, want ik voer ze toch niet uit, maar dit jaar heb ik één goed voornemen: ik ga jullie temmen." Gelach. "Dus nu allemaal je wiskundeboek voor je en in stilte aan het werk met paragraaf 3.4. Zijn er afwezigen?" Op dat moment ging de deur open en Edwin en Cynthia kwamen heel gewoon het lokaal in en ploften op hun plaatsen neer. "Waar zijn jullie te laat-briefjes?" vroeg Terpstra. "Ah, hoeven we nou voor één keertje geen briefje te halen?" vroeg Cynthia met een heel erg smekend stemmetje. "Nou, vooruit dan maar weer. Nu heel snel aan het werk." Maar van werken kwam bij die twee niet veel, zag Iris en de leraar riep herhaaldelijk: "Ik zei dat jullie aan het werk moesten gaan!" Iris vond wiskunde moeilijk en ze mocht Terpstra niet zo. Die stomme kansberekening was ook niet voor de poes. Had ze maar niet het profiel cultuur en maatschapij moeten kiezen. Maar ja, anders kreeg je nog veel moeilijkere wiskunde en natuurkunde en scheikunde, bah. Nee, haar profiel was toch wel het beste als je niet van wiskunde hield. Ze keek even uit het raam en zag daar... Evelien! Nee, niet weer. Elke keer dat ze haar zag, kon ze alleen maar naar haar kijken en vergat ze de rest. Iris wist heel goed wat dit te betekenen had: ze was verliefd op haar, maar eigenlijk wilde ze dat niet. Zoiets was toch stom: iemand van vijftien die al wist dat ze - o wat een rotwoord - lesbisch was. Cynthia zou haar uitlachen als ze het wist, daar was ze van overtuigd. En nu ze verkering had met Edwin helemaal. Bah, als het nou nog een normale jongen was, maar Edwin lag Iris totáál niet. "Iris, ga je ook weer aan het werk?" "Jaja," zei ze.

In de pauze zag ze dat Cynthia met Edwin wegliep. Die gingen ergens staan zoenen of zoiets, daar hoefde zij niet bij te zijn. Ze liep naar de kantine en ging bij Marieke, Nick, Daphne, Jorine en Xavier zitten. "Van wie kan ik geld lenen? Ik heb trek in iets lekkers." zei ze. Daphne pakte haar portemonnee en begon erin te zoeken. "Is dit goed?" vroeg ze en gaf Iris een munt van vijftig eurocent. "Tjesses, ik ben echt nog niet aan die euro gewend." "Ja hoor, best." Ze liep naar het winkeltje waar ze chips, broodjes en repen verkochten. Iris was teleurgesteld toen ze Evelien daar niet zag staan. Jammer. Ze bestelde een zakje paprikachips en liep ermee terug naar het groepje. "Ik mag toch wel een chippie?" bedelde Daphne, "omdat ik je geld heb geleend." Ze hield het zakje voor Daphnes neus en gaf ook de anderen wat. Toen ging de bel en Iris moest naar Frans. Ook daar was Cynthia te laat. "Nee," zei mevrouw De Vriesch, "ga maar gewoon een briefje halen jij." Edwin had geen Frans 2, dus Cynthia schoof naast Iris aan. "Wat zie jij toch in die jongen?" fluisterde ze. "Hij is gewoon leuk. Ja jeetje, weet ik veel. Hij is gewoon zooo cool! Maar zeg eens, wat zie jij in die griet waar je de hele tijd naar loert?" "Dametjes daar achterin, letten jullie even op?" onderbrak de lerares hun gesprek. "We deden een luisteroefening, dat is geen kletsoefening." Zuchtend ging Cynthia weer recht zitten en maakte de opdracht. Ook Iris probeerde zich op het super snel gevoerde Franse gesprek te concentreren, maar het ging niet echt. Wat leek Cynthia ineens veranderd nu ze Edwin had. En ze vond het helemaal niet leuk. Vandaag alleen al had ze enkel nog over jongens gepraat, als ze al met haar omging, want Edwin ging nu al steeds voor. Bah, wat gemeen.

7-jan-02
Lief Dagboek,
Waarom doet Cynthia nou zo stom nu ze verkering heeft? Het was de hele dag Edwin voor, Edwin na. Verder heb ik Evelien, m'n secret love, weer drie keer gezien. Wel leuk, maar waarom lijkt niemand te begrijpen wat ik voor haar voel? Of is dat alleen maar mijn idee? Wat ingewikkeld allemaal.

De rest van de week trok Cynthia alleen maar met Edwin op en liet Iris staan. Zij zat in de pauze bij Daphne, Xavier, Jorine, Marieke en Nick en kletste dan zomaar over ditjes en datjes, maar ze miste de vriendschap zoals ze die met Cynthia had nu al, terwijl het nu pas één week was. Sosm zag ze Evelien vluchtig in de gang, maar ze ging niet naar haar op zoek; dat zou opvallen, dacht ze. "Wist je," zei Jorine vrijdags in de gang tegen haar, "dat Xavier je heel erg leuk vindt?" "O, fijn voor hem," antwoordde ze kort. Ze was chagrijnig: Cynthia had vanmorgen doodleuk tegen haar gezegd dat ze geen vriendinnen wilde zijn met iemand die zo stom deed als zij. Nou, ze vond maar. "Je vindt hem dus niet leuk?" vroeg Jorine. "Nee." "Jammer voor hem." Iris liep rechtdoor naar aardrijkskunde en Jorine nam de trap naar het wiskundelokaal. Vlak bij het lokaal zag ze Evelien weer staan kletsen met Jeroen en Willemijn. Het leek of ze even haar kant op keek en glimlachte, maar dat verbeeldde ze zich natuurlijk maar. Zoiets kon natuurlijk niet.

De deurbel ging. Iris was alleen thuis, want haar moeder was naar Engelse les en haar vader had een etentje van de zaak. Ze liep naar de deur en daar stond Cynthia. Ze hing haar jas op en achter elkaar liepen ze de trap op naar Iris’ kamer. Iris ging op het bed zitten en Cynthia pakte haar bureuastoel. Op het bureau zette ze met schaaltje koekjes en de koffiepot die ze van beneden hadden meegenomen. Gezellig kletsten ze, terwijl ze koekjes aten en koffie dronken. “Maar,” zei Cynthia, “wat zie jij nou echt in die Evelien?” Het was alweer een paar weken geleden dat Cynthia en Edwin verkering kregen; januari liep op z’n eind en het weer werd miezeriger en minder koud. Iris stopte gauw een koekje in haar mond en gaf geen antwoord. Ze zette de muziek, een cd van The Corrs, wat harder en begon door de zang van Andrea Corr heen een gesprek over de leestoets Duits van morgen. Cynthia’s interesse nam duidelijk af. Na nog een kwartier over niks te hebben gekletst, vertrok ze weer. Iris zag dat ze ontevreden was, maar ze zou Cynthia voorlopig niets over haar liefde vertellen.

Het was 14 februari, Valentijnsdag. De schoolcommissie, bestaande uit tien vijfdeklassers die de feesten, schoolkrant en dergelijke verzorgden, had een rozenactie georganiseerd. Nu kwamen twee jongens van de commissie binnen met de rozen voor 4C. Cynthia en Edwin kregen er allebei één - waarschijnlijk van elkaar -, Marieke kreeg er één waarvan ze niet wist van wie hij was en Iris kreeg er twee: één met in Xaviers handschrift “I love Iris, beautiful flower” erop en één... Daarvan wist ze niet van wie hij was. ER stonden enkel drie hartjes en de naam Iris op. Ze stak de rozen in haar tas; door een opening in de rits kwamen de bloemen naar buiten. Iedereen besprak tamelijk luid wie er een roos had en van wie die kwam, tot Van der Zon van Nederlands hard met de liniaal op het groene schoolbord sloeg en “STILTE!” brulde. Gelukkig was dit het laatste uur; vrijdag tot het achtste uur was slavernij!

’s Avonds was het jaarlijkse Valentijnsschoolfeest. Dit feest was niet door de schoolleiding verplicht, zoals het bovenbouwfeest en het kerstgala, maar het kwam wel ongeveer jaarlijks terug. Iris ging er in haar eentje heen. Vorig jaar was ze met Ferry gegaan, maar toen dacht ze nog dat ze echt verliefd op hem was. De eerste die ze op hetfeest zag, was... Evelien! Ze kwam op Iris af en zei: “Weet je van wie die roos was?” “Nee, hoe moet ik dat nou weten?” zei Iris. “Die was van mij. Ik ben verliefd op je.” Iris was een moment verwonderd over het feit dat iemand zo openlijk kon zeggen dat ze op een meisje was, maar daarna was ze alleen maar blij. En Cynnthia en Edwin? Die konden mooi de boom in met hun verkering, ze had Evelien!