Je bent hier:
Home > Verhalen > Ochtend van een voorjaarsdag

Ochtend van een voorjaarsdag
Geschreven: 19 januari 2001

Op de gloednieuwe mountainbike, waarvoor ze zolang gespaard had, en die ze nu eindelijk had kunnen kopen, fietste Sharon naar school. Het was nu volop lente, de zon scheen en het was warm. Alle bomen hadden nu bladeren, en de forsythia voor hun huis had al kleine, gele bloemetjes. Sharon was vrolijk. Ze was in het paasweekend goed uitgerust, en nu begon ze weer met frisse moed aan de volgende periode van het schooljaar. Ook deze periode zou ze weer met goede cijfers, tevreden afsluiten, en vandaag ging ze een nieuw stripboek kopen van de f11,50 die ze van haar moeder had gekregen voor haar goede rapport. Had die maar niet een dubbeltje per punt moeten beloven, eigen schuld. Alleen fietste ze, maar dat kon haar niets schelen. Marja, Sarah en Corine deden toch alleen maar melig, en daar had Sharon nou geen zin in. Ze fietste met de wind in de rug over het smalle landweggetje van hun huis op weg naar de stad, waar hun school stond. Michael, de leuke jongen uit de derde klas, fietste voorbij. Hij zwaaide naar haar. Dit was echt zo'n ochtend om heerlijk te fietsen, al was je dan toch wel op weg naar school. Daar fietsten Marja, Sarah en Corine, druk giebelend en giechelend over de leraren op school. Daar ging Sharons goede humeur. Ze had geen zin om melig te doen, maar ze had nog minder zin om anderen melig te zien doen. Bovendien: in je eentje ben je minder alleen dan in groep die jou niet ziet. En nu fietste ze in zo'n groep. Gauw sloeg ze een zijweg in. Zo kon ze ook op school komen, en dan hoefde ze die giechelbiggen niet te zien. Een paar minuten later kwam ze Michael weer tegen. "Hoi, mooi weer, niet?" zei hij. "Ja, best lekker zo, zo mag het het hele voorjaar wel blijven," antwoordde Sharon. Samen fietsten ze nu op het kronkelige fietspad dat via een omweg weer op de landweg uit zou komen. Michael was blijkbaar ook deze weg gegaan. Sharon keek op haar horloge. "7:54" stond er. "7 uur 54, 7 + 5 + 4, dat is 16, 1-6, de eerste van de zesde, dan ben ik jarig, dan word ik 15," dacht Sharon. Ze vloekte. "We moeten opschieten," zei ze, wijzend op haar horloge, "het is al laat." Ze moesten nog een flink eind, en over een kwartier ging de tweede bel al. Ze begonnen harder te fietsen, want ze hadden geen van beiden zin om een briefje te halen bij meneer Van Voort, de conciërge. Als hij chagrijnig was, kon je zo de volgende dag om half acht komen, want helaas kende hij het reglement goed, en wilde hij van uitzonderingen niets weten. "Verroest," dacht Sharon opeens, "werkstuk voor bio. vergeten. Nou ja, dan maar niet, ik verzin wel een smoes." Haar humeur was al een stuk minder goed. Ze dacht terug aan die goede oude tijd, alweer zo'n zeven maanden terug, toen ze giebelend en giechelend met Sarah, Marja en Corine in de aula had gezeten. Ze had de drie meiden helemaal stapelgek gemaakt met haar heerlijke vakantie aan de Côte d'azur. Hele schoolpauzes hadden ze over Zuid-Frankrijk gepraat, over het zomerkamp van de scouting, waar Marja was geweest en het survivalkamp van Sarah. Corine had steen en been geklaagd dat zij niet op vakantie had kunnen gaan, omdat ze zo nodig hadden moeten verhuizen. Samen hadden ze gegiecheld om de leuke jongens uit de hogere klassen, de leraren en vakken bekritiseerd en melig gedaan over de nieuwe eersteklassers, die als kinderen door de gangen renden, alsof ze zelf nooit in de eerste hadden gezeten, al was dat dan nog voor de vakantie. Maar nu was dit alles voorbij. Zuid-Frankrijk was verleden tijd, de meiden waren verleden tijd en leuke jongens waren toch ook weer niet zo leuk, als je er alleen maar in je eentje om kon giebelen. Ze had de oude kritiek op de docenten allang opgegeven, omdat ze toch alleen maar meegedaan had, omdat de anderen het nou eenmaal ook deden, dat hoorde er gewoon bij. Alleen bio vond ze nu nog echt saai. Nu ging ze meer met eerste- dan met tweedeklassers om, en had ze een hekel aan dat idee van: "Zeg, dat is een wup." Thuis zette ze nu als ze daar zin in had gerust de cassettes van de Beatles en andere groepen uit de zestiger- en zeventigerjaren op, die ze van vader had geleend. Dat kon niet toen ze nog zoveel met de meiden omging, want daar hielden zij ook niet van. Op haar feestje had ze haar ouders ten strengste verboden dergelijke muziek te draaien, want ze was bang geweest eruit te liggen als ze haar liefde voor dat soort "ouderwetse rommel" zou tonen. Dat was het enige positieve wat dit nu met zich mee had gebracht: ze deed lekker haar eigen zin en had een eigen mening. Michael en zij waren er bijna. Ze zagen het schoolgebouw, dat statig tussen de andere gebouwen stond. Een oud gebouw was het, nog uit het begin van de twintigste eeuw. Mooi zag het eruit, een stuk beter dan het saaie, witte, rechthoekige later gebouwde bijgebouw, waar nu de meeste lessen werden gegeven. Michael en Sharon smeten hun fietsen tegen het hek. Dat zou wel weer eens gemopper van Van Voort worden, maar dat kon ze nu niks schelen. Ze hoorden opeens de harde, schelle schoolbel gaan. "Verroest," vloekte Michael nu. Nu waren ze toch te laat. "Ik heb Pietersen," zei Sharon, "die stuurt je niet zo gauw om een briefje." Dat was het enige voordeel van de leraar; verder was hij alleen maar stomvervelend en streng. "Laat ik nou net Schutters heeben," zei Michael, "die stuurt je al om een briefje als je een halve milliseconde na de bel binnenkomt. Ik vraag me af of hij soms een supergoed gehoor heeft, dat hij weet dat de bel al een milliseconde geleden gegaan is." Sharon lachte. "Het maakt dus nu toch weinig uit of ik opschiet, dat wel," zei Michael nog, maar Sharon was al haastig doorgelopen. Ze kwam bij lokaal 25, het lokaal van Pietersen. "25, dat is 5 * 5," dacht ze automatisch. "Gelukkig sta ik met al die vijven nog geen vijf voor Engfels op m'n rapport." Haar vader werkte bij de Nederlandse ambassade in Londen, en dan moest ze in elk geval voor Engels toch wel goede cijfers halen. De deur stond zelfs nog open, maar Sharon zag een eerste klas in het lokaal ertegenover zitten, zonder leraar, dus Pietersen moest misschien wel ook opletten dat die klas de tent niet afbrak. Sharon smeet haar jas onder de kapstok, waarvan de haakjes toch altijd allemaal vol waren en liep zonder meer naar binnen. Twintig leerlingen riepen natuurlijk dat ze een briefje moest gaan halen, maar daar had ze al wel op gerekend. Ze trok zich er niks van aan. Even keek ze naar de leraar. "Waarom ben je zo laat?" vroeg hij. "Ik stond vannacht al om drie uur klaar om naar school toe te gaan. Ik fietste net de straat uit, toen m'n moeder me terugriep. Toen ik weer in bed lag, ben ik vergeten m'n wekker opnieuw te zetten. Daarom heb ik me verslapen," antwoordde ze. De klas lachte. Sharon vond het altijd heerlijk dat soort smoezen te verzinnen, maar ook dat was leuker met z'n vieren dan in je eentje. Ze liep tussen de doolhof van tafels, stoelen en tassen door, plofte op haar stoel neer en de eerste les begon.